Stille Zaterdag

Zaterdag 11 april 2020 - Paaswake viering

download de volledige liturgie
aantal keren gedownload: 30

Voorganger: ds. Pieter v.d. Ende

Openingsgebed

Voorganger:
Tastend naar licht en hopend op de morgen
vragen wij U die onze namen riep
naar het geheim, naar wat ons is verborgen,
zoeken wij U die licht in ’t duister schiep.
Zijt Gij de onrust die ons wakker maakte,
zijt Gij de hartstocht die ons leven doet?
zijt Gij de stilte die ons hart zo raakte,
zijt Gij de bron van liefdes eb en vloed?

Allen:
Tastend naar licht en hopend op de morgen
vragen wij U die onze namen riep
naar het geheim, naar wat ons is verborgen,
zoeken wij U die licht in ’t duister schiep.

Stil gebed – groet – bemoediging

We zingen: “Wij zoeken hier uw aangezicht” (NLB 281)
De vragen huizen in ons hart.
Gij die de duisternis ontwart:
Kyrie eleison!
Begrens de eindeloze nacht
van wie geen morgen meer verwacht:
Kyrie eleison!
Laat ons het pad niet bijster zijn,
al moeten wij door de woestijn:
Kyrie eleison!
Doorbreek de ban van ons gemis
met licht dat niet te doven is:
Kyrie eleison!
Ontvlam in ons en vuur ons aan!
Getroost zullen wij verder gaan:
Kyrie eleison!

Vraag:
Waarom is deze nacht zo geheel anders dan alle andere nachten? Waarom luisteren wij naar wat wij al wisten en gaan we terug tot het begin?

Om niet te vergeten wie we zijn, om te zien en te herkennen en te geloven dat we vrije mensen zijn.

Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?
Omdat wij deze nacht onze bevrijding gedenken, de overwinning op de dood, het Leven gevend water, de dansende vlammen van een nieuw begin. Daarom is deze nacht zo geheel anders dan alle andere nachten…

DE SCHEPPING

Genesis 1 (gezongen): “Het lied van het begin”
(Alles wordt nieuw I-1)

2. In het begin zijn de wolken en luchten,
in het begin is de hemel ontstaan.
God sprak zijn woord en de wateren vluchtten:
zo bracht Hij scheiding en ruimte aan.

3. In het begin is de aarde gekomen,
in het begin uit de diepte der zee.
In het begin kwam het gras en de bomen,
bloeiden de bloemen en graasde het vee.

6. In het begin riep God mensen tot leven,
in het begin was het woord in hun mond.
Wat was het goed om op aarde te leven,
wat was God blij dat de wereld bestond.

DE BEVRIJDING

Exodus 14: 15-30a
15De HEER zei tegen Mozes: ‘Waarom roep je Mij te hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder trekken. 16Jij moet je staf geheven houden boven de zee en zo het water splijten, zodat de Israëlieten dwars door de zee kunnen gaan, over droog land. 17Ik zal de Egyptenaren onverzettelijk maken zodat ze hen achterna gaan, en dan zal Ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger, zijn wagens en zijn ruiters, ten val te brengen. 18De Egyptenaren zullen beseffen dat Ik de HEER ben, als Ik in mijn majesteit de farao, met al zijn wagens en ruiters, ten val heb gebracht.’
19De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich nu achter hen op. Ook de wolkkolom die eerst voor hen uit ging stelde zich achter hen op, 20zodat hij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten kwam te staan. Aan de ene kant bracht de wolk duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. Die hele nacht konden de legers niet bij elkaar komen. 21Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, 22en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur. 23De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in. 24Maar in de morgenwake keek de HEER vanuit de vuurzuil en de wolkkolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen.
25Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. ‘Laten we vluchten!’ riepen ze. ‘De HEER steunt de Israëlieten, Hij strijdt tegen ons!’
26De HEER zei tegen Mozes: ‘Strek je arm uit boven de zee; dan stroomt het water terug, over de Egyptenaren en over al hun wagens en ruiters.’ 27Mozes gehoorzaamde, en toen de dageraad aanbrak, stroomde de zee terug naar haar gewone plaats. De Egyptenaren vluchtten het water tegemoet, de HEER dreef hen regelrecht de golven in. 28Het terugstromende water overspoelde het hele leger van de farao, al zijn wagens en ruiters, die achter de Israëlieten aan de zee in gereden waren; niet een van hen bleef in leven. 29Maar de Israëlieten waren dwars door de zee gegaan, over droog land, terwijl rechts en links van hen het water als een muur omhoogrees.
30-31Zo redde de HEER de Israëlieten die dag uit de handen van de Egyptenaren.

Zingen: Gezang 337 verzen 1, 3, 4

3. Tot ondergang zijn wij gedoemd,
als God ons niet bij name noemt,
maar God-zij-dank, Hij doet ons gaan
door ’t water van de doodsjordaan.

4. Wij staan geschreven in zijn hand,
Hij voert ons naar ’t Beloofde Land.
Als kind’ren gaan wij zingend voort.
De Vader is het die ons hoort.

LOUTERING

We lezen: Jesaja 12
1Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal U loven, HEER.
U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, U troost mij. 2God, Hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de HEER is mijn sterkte, Hij is mijn beschermer,
Hij heeft mij redding gebracht.’ 3Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding. 4Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de HEER, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam. 5Zing een lied voor de HEER: wonderbaarlijk zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten. 6Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’

Gebed om loutering

Zingen: “Heer, ik kom tot U” (HH 275)
1. Heer, ik kom tot U, hoor naar mijn gebed.
Vergeef mijn zonden nu, en reinig mijn hart.
2. Met uw liefde, Heer, kom mij tegemoet,
nu ik mij tot U keer, en maak alles goed.
3. Zie mij voor U staan, zondig en onrein.
O Jezus, raak mij aan, van U wil ik zijn.
4. Jezus, op uw Woord, vestig ik mijn hoop.
U leeft en U verhoort mijn bede tot U.

VERNIEUWING

We lezen: Ezechiël 36: 22-28
22Zeg daarom tegen het volk van Israël: “Dit zegt God, de HEER: Ik zal ingrijpen, volk van Israël – niet omwille van jou, maar omwille van mijn heilige naam, die je hebt ontwijd bij de volken waar je gekomen bent! 23Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat Ik de HEER ben – spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat Ik heilig ben; 24Ik leid jullie weg bij die volken, ik breng jullie bijeen uit die landen en laat je naar je eigen land terugkeren. 25Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. 26Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. 27Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. 28Jullie zullen in het land wonen dat Ik aan je voorouders gegeven heb, jullie zullen mijn volk zijn en Ik zal jullie God zijn.

We zingen “De Geest des Heren heeft” (Liedboek 247)
1 De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt,
in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid.
De Geest van God bezielt wie koud zijn en versteend
herbouwt wat is vernield maakt een wat is verdeeld.
3 De Geest die ons bewoont verzucht en smeekt naar God
dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood.
Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt.

DE VERKONDIGING VAN DE OPSTANDING

We gaan staan
We lezen het Paasevangelie uit: Matteüs 28: 1-10

1Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. 4De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6Hij is niet hier, Hij is immers opgestaan, zoals Hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar Hij gelegen heeft. 7En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’
8Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen.
9Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer.10Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze Mij zien.’

DE INTOCHT VAN HET LICHT

Tijdens het binnenbrengen van de Paaskaars zingen we:
“Jezus is ons licht en leven” (LB 222)
1 Jezus is ons licht en leven!
Hij, die, aan het kruis geheven,
met zijn bloed ons heeft gekocht,
heeft nu vorst'lijk overmocht.
Hij kan niet gebonden wezen;
als een held is Hij verrezen!
Halleluja! Halleluja!
3 't Leven heeft de dood verslonden;
wat geboeid is, wordt ontbonden.
Dood, waar is uw overmacht,
waar uw prikkel, waar uw kracht?
's Heren vrijgekochten hopen,
want de hemel gaat hun open.
Halleluja! Halleluja!

Paasgroet
Voorganger: De Heer is opgestaan!
allen: De Heer is waarlijk opgestaan!

DOOPGEDACHTENIS EN BELIJDENIS

We lezen: Romeinen 6: 3 - 11
3Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? 4We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. 6Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. 7Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. 8Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, 9omdat we weten dat Hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem.
10Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. 11Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.

Er wordt water in de doopvont gegoten

Gebed over het doopwater

Belijdenis
Broeders en zusters,
in de doop zijn wij met Christus begraven om met Hem ten leven te worden opgewekt.
Daarom vraag ik u die uw doop wilt gedenken,
mee te belijden in uw hart:
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde
En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
neergedaald ter helle,
op de derde dag opgestaan van de doden,
opgevaren naar de hemel,
waar Hij zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden
Ik geloof in de heilige Geest,
in een heilige, algemene christelijke kerk,
de gemeenschap der heiligen;
de vergeving der zonden,
de opstanding van het lichaam en het eeuwige leven.
Amen.

We zingen: “Heer, ik prijs uw grote naam” (HH 177)
Heer, ik prijs uw grote Naam.
Heel mijn hart wil ik U geven.
Want U bent de weg gegaan
die mij redding bracht en leven.
U daalde neer van uw troon om mens te zijn.
Van de stal naar het kruis droeg U mijn pijn;
van het kruis naar het graf,
uit het graf weer opgestaan.
Heer, ik prijs uw grote Naam.

Gebed

We zingen: “U zij de glorie” (gewijzigde tekst)
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle mens’lijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen daar waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Zegen