Koningsdag 27 april 2020

Heruitzending zomer-avondzang 6 augustus 2019

De zomeravondzang van 6 augustus 2019 wordt op Koningsdag opnieuw uitgezonden via de Kerk TV installatie in de Grote Kerk.

klik hier om de dienst thuis of bij familie te volgen

download de oorspronkelijke liturgie
aantal keren gedownload: 12

Orgel: Dick Durieux
Dwarsfluit: Martine van Delft
Cornet: Jan Willem de Winter
Cornet: Mark Prins
Pauken, slagwerk en klokkenspel: Rob Aarssen

Mannenensemble o.l.v. Hugo van der Meij
Verbindende teksten Carolien van Egmond

Intrada: Orgel en koper

2. Welkomstwoord door Robert-Jan Heemskerk
(Voorzitter Oranje-Vereniging Rijnsburg)

3. Psalm 149, 1, 2 en 5

Halleluja, laat opgetogen
een nieuw gezang den Heer verhogen.
Laat allen die Gods naam belijden
Zich eensgezind verblijden.
Volk van God, loof hem die u schiep;
Israel, dank Hem die u riep.
Trek, Sion, in een blijde stoet
Uw Koning tegemoet.

Laat het een hoge feestdag wezen.
De naam des Heren wordt geprezen
met het aloude lied der vaadren.
De heilige reien naadren.
En zo danst in het morgenlicht
heel Gods volk voor zijn aangezicht
en slaat de harp en roert de trom
in ’s Heren heiligdom.

Nu zal, gelijk er staat geschreven,
Gods volk in volle vrede leven.
De boze vijand is verslagen.
Prijs ’s Heren welbehagen !
Na het duister der wereldnacht
Blinkt de luister van Gods geslacht.
Hemel en aarde stemmen saam
En prijzen ’s Heren naam

4. Psalm 42 / ‘Als een hert dat verlangt naar water’.

Evenals een moede hinde
Naar het klare water smacht,
Schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
die ik ademloos verwacht.
Ja ik zoek zijn aangezicht,
God van leven, God van licht.
Wanneer zal ik Hem weer loven,
Juichend staan in zijn voorhoven?

Als een hert dat verlangt naar water,
zo verlangt mijn ziel naar U.
U alleen kunt mijn hart vervullen,
mijn aanbidding is voor U.

Refr:
U alleen bent mijn kracht, mijn schild,
aan U alleen geef ik mij geheel.
U alleen kunt mijn hart vervullen,
mijn aanbidding is voor U.

Kostbaarder dan al ‘t goud en zilver
Bent U voor mij, dierb’re Heer.
U alleen bent mijn lust, mijn leven
En mijn vreugde meer en meer.

Refr:
U alleen bent mijn kracht, mijn schild,
aan U alleen geef ik mij geheel.
U alleen kunt mijn hart vervullen,
mijn aanbidding is voor U.

Hart onrustig vol van zorgen,
Vleugellam geslagen ziel,
Hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor den Heer,
Vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
Altijd aan de dood ontheven.

5. Mannenensemble o.l.v. Hugo van der Meij
Coming Home (arr. J. Kramer)
Adoramus te Christe ( Th. Dobois)

6. Nader, mijn God tot U

Nader, mijn God bij u
zij steeds mijn bee,
zij ’t levenspad soms ruw,
ga Gij maar mee,
dan kent mijn ziele rust;
mij van uw trouw bewust,
wacht ik aan blijder kust,
uw sabbatsvree.

Wanneer voor mijn gezicht
de ladder rijst
die naar u, Bron van licht
mijn ziele wijst
‘k Zie dan in ’t bangst gevaar
uw heilge englenschaar,
die U Alzegenaar.
al dienend prijst

En wenkt Uw eng’lenstoet
eens opwaarts mij,
in ‘s hemels zonnegloed,
verjongd en vrij,
‘k juich dan op hoger toon
bij ‘t naad ren van Uw troon,
‘k ben eeuwig nu Uw zoon
en U nabij!

7. Muzikaal Intermezzo orgel, koper en pauken.
Te Deum: M.A. Charpentier.

8. Ik zal er zijn ( Sela)

Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

9. O Heer mijn God

O Heer mijn God, wanneer ik in verwond’ring
de wereld zie, die U hebt voortgebracht.
Het sterrenlicht, het rollen van de donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht.

Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij,
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!

Als ik bedenk, hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een lam,
Sta ik verbaasd, dat Hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam.

Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij,
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!

Als Christus komt met majesteit en luister,
brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn.
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel: o Heer, hoe groot zijt Gij!

Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij,
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!

10. Gedicht.

11. Muzikaal Intermezzo orgel, fluit en klokkenspel.
La Califfa: Enrico Morricone

12. Leid mij Heer, o machtig Heiland

Leid mij, Heer, o machtig Heiland
door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
wees mijn Gids in ‘t barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
vul mij met uw Geest steeds meer,
vul mij met uw Geest steeds meer.

Laat mij zijn een Godsgetuige,
sprekend van U meer en meer.
leid mij steeds door uwe liefde,
groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U,
voed mij dat ik groei naar U.

Laat door mij uw levend water
vloeien als een klare stroom.
O, Heer Jezus, ‘t wordt steeds later
dat uw Geest over allen koom’.
Machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus, in uw kracht,
kom, Heer Jezus, in uw kracht.

Gij mijn sterkte, Gij mijn Leider,
Vul mij met uw Geest steeds meer ( 2x)
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U (2x)
machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus in Uw kracht (2x)

13: God en God alleen

God en God alleen
Hij is de Bron van alles om ons heen
Elke kleur en elke vorm
De stilte en de storm
’t is God en God alleen.

God en God alleen
Onthult ons alles dat verborgen scheen
En wat een mens ook denken kan
’t verandert nooit zijn plan
’t is God en God alleen.

God en God alleen
Een God zo groot al Hij is er niet één
Dat al wat adem heeft aan Hem de Glorie geeft
Aan God en God alleen.

God en God alleen
Hij is ons huis door alle eeuwen heen
Een verfrissende fontein
Een eeuwig samenzijn
Met God en God alleen

God en God alleen
Een God zo groot al Hij is er niet één
Dat al wat adem heeft aan Hem de Glorie geeft
Aan God en God alleen!
Dat al wat adem heeft aan Hem de Glorie geeft
Aan God en God alleen!

14. Mannenensemble o.l.v. Hugo van der Meij.
Roll. Jordan roll ( arr. K.J. Mulder)
Ambrosiaanse lofzang.

Lichtstad met uw paarlen poorten ( ensemble en samenzang)

Ensemble:
Lichtstad met uw paarlen poorten
Wond’re stad zo hoog gebouwd
Nimmer heeft men op deez’ aarde
Ooit uw heerlijkheid aanschouwd.

Refr.Samenzang:
Daar zal ik mijn Heer ontmoeten
Luist’ren naar zijn liefdestem
Daar geen rouw meer en geen tranen
In het nieuw Jeruzalem

Ensemble
Heilig oord vol licht en glorie
Waar de boom des levens bloeit
En de stroom van levend water
Door de gouden godsstad vloeit

Refr. Samenzang
Daar zal ik mijn Heer ontmoeten
Luist’ren naar zijn liefdestem
Daar geen rouw meer en geen tranen
In het nieuw Jeruzalem

Allen:
Wat een vreugde zal dat wezen
Straks vereend te zijn met Hem
In die stad met paarlen poorten
In het nieuw Jeruzalem

Allen:
Daar zal ik mijn Heer ontmoeten
Luist’ren naar zijn liefdestem
Daar geen rouw meer en geen tranen
In het nieuw Jeruzalem

15. Blijf bij mij Heer.

Blijf bij mij, Heer, want d’ avond is nabij.
De dag verduistert, Here, blijf bij mij!
Als and’re hulp m’ ontbreekt, geluk m’ ontvliedt,
der hulpelozen hulp, verlaat mij niet!

‘k Heb U altijd van node, dag en nacht,
slechts uw gena verwint des bozen macht.
Wie kan als Gij mijn gids en sterkte zijn?
Blijf bij mij, Heer, in nacht en zonneschijn!

Geen vijand vrees ik, als Gij bij mij zijt,
tranen en leed zijn zonder bitterheid.
Waar is, o dood, uw schrik, graf, waar uw eer?
Meer dan verwinnaar blijf ik in de Heer.

Houd hoog uw kruis voor mijn verdonk’rend oog,
Licht in de schemer, leid mij naar omhoog!
De morgen daagt, de schaduw gaat voorbij:
in dood en leven, Heer, blijf mij nabij

16. Dankwoord

17. Wilhelmus van Nassouwe

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
Den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
Heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer !
Op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer !
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar t`aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.